18e zondag door het jaar (2009)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 554 niet laden

De Hebreeën in Egypte waren eindelijk vrij toen de farao hen liet gaan.
Alles waren ze vergeten, de vernedering, het slavenwerk, de hitte, de ontberingen. Het volk kon hun blijdschap niet op. Tot, maanden later, de woestijn haar tol eiste. Water- en voedselschaarste, overdag een priemende zon en 's nachts kou. Het volk begon te morren.
Hoe overleef je in een woestijn? En dan groeit er heimwee, zelfs naar een slavenbestaan.

Ook wij morren op momenten dat het anders gaat, als oude zekerheden niet langer opgaan, op momenten dat we op onszelf aangewezen zijn, als de stroom langere tijd zou uitvallen, de Mexicaanse griep in aantocht is. Als je partner ongeneeslijk ziek blijkt, of je vrouw er met de kinderen vandoor is, je kinderen een andere weg gaan, ze jou niet meer betrekken in hun plannen. Als er dreigende werkloosheid is, crisis op komst, op momenten dat je denkt aan een bevrijdend sterven dan begin je te morren. Waren we maar, hadden we maar. Vroeger ... en de oude tijden roepen heldenverhalen op...

Tot je gaat beseffen dat je in die moeilijke situaties wel sámen dingen deed, dat er meer saamhorigheid was. Hoe vindingrijk mensen dan worden. Je ziet kwartels die je eerder niet zag, of graan dat je eerder niet herkende als voedselbron. Mijn schoonmoeder gebruikte in de oorlog voor haar jonge kinderen de bladnerven van de sla om ze met een aardappel te koken, en zo zullen velen van u voorbeelden hebben uit een tijd van schaarste waar je achteraf ook met een zekere genegenheid op terugkijkt.

Het mooie van de verhalen die we vandaag horen schuilt in de herkenning die ze bij ons oproepen. Die herkenning kan ons door moeilijkere tijden heen helpen: er komen ook weer andere tijden en ook deze tijd heeft goede kanten..dat zul je achteraf zien en horen in de verhalen over die tijd.
Maar ook, en dat maakt deze verhalen tot geloofsverhalen, kunnen we leren dat we niet meer moeten verzamelen dan we opkunnen, dat God zorgt. Er zal altijd voedsel zal zijn, anders misschien dan we gewend waren, we moeten leren kijken naar wat er echt toe doet...
Maak toch niet zoveel werk van vergankelijk voedsel, mens, het maakt je blind voor wat er nog meer is..

Maar wat moeten we dan doen vragen de leerlingen en dan zegt Jezus
je moet proberen, willen geloven dat God er is, hoe dan ook
dat Hij het brood is dat uit de hemel neerdaalt
dat Zijn brood er altijd is, dat dat het echte brood is dat leven geeft aan de wereld.

In de bijbel heeft de wereld vaak een slechte naam als de plek, waar gebeurt wat niet goed is, niet door de beugel kan, een plek zonder naastenliefde, waar de macht van de sterkste, de rijkste heerst.
Op die plek is Hij en Hij houdt ons voor, hoe we mee leven kunnen geven aan die wereld, ieder naar eigen vermogen
en als we maar zouden willen beseffen hoe sterk we sàmen kunnen zijn met Hem en met elkaar

Laten we elkaar tot brood zijn, samen op uittocht gaan uit de slavernij van macht en geld
dan komen we er doorheen, zijn we geen verliezers meer
dan vertellen we elkaar over genade, de kwartels, het brood uit de hemel die we dan zien Amen