Op zoek naar meer (Joh. 6,25-35)

Na de happening in het groen aan de overkant van het meer willen ze er alweer bij zijn, die mensen die verrast waren door de broodvermenigvuldiging. Ze hadden meteen veel verwachtingen in een man, de ze als een profeet beschouwden. Ze volgden hem tot in Kafarnaüm. Wat ze hebben meegemaakt bij de broodvermenigvuldiging, had hun kennis van oude verhalen opgefrist. Ze dachten aan die Israëlieten die in Egypte hadden geleefd en die door Mozes over zee werden geleid en daarna een moeilijke tijd in de woestijn hadden doorgebracht.

Manna

In woestijn hebben ze het manna gegeten (Ex. 16). Een spijs die ze niet kenden. Manna dat leek op koriander zaad en als honingkoek smaakte. Ze beschouwden het als een gave van God. Heel welkom waren de zwerm kwartels die daar overvlogen. Hoe de vegetariërs onder de joden daarover dachten en de natuurvrienden is niet vermeld. Er zijn interessante bedenkingen bij de gave van het manna. Elk kreeg de maat die hij nodig had voor die dag.

In het boek Numeri lezen we echter dat het volk naderhand alweer aan het morren ging om het eentonig eten: “We verlangen terug naar de vis die we in Egypte volop te eten hadden, naar de komkommers en watermeloenen de prei, uien en knoflook. We drogen uit, we zien nooit iets anders dan het manna” (Num. 11,5-6).

D woestijn was voor Israël de ervaring dat God zijn volk niet in de steek laat. Ze hebben er nieuwe ontdekkingen gedaan, die ze aan God toeschreven en waarvoor ze hem dankten. “God zorgt voor onze noden en dikwijls doet hij dit in overvloed. In de regel laat hij vandaag niet zien hoe hij ons morgen wil helpen. Dat is geloven, op God betrouwen al hebben we geen waarborg” (Pastor Christian Grund Sørensen).

Verlangen naar meer

Zou die man Jezus er nu voor zorgen dat ze altijd voedsel hebben? Zou het wonder van de vorige dag zich herhalen? Zou hij blijven zorgen voor wat ze nodig hebben? Daarom is het best in zijn buurt te zijn. Mensen die geven en delen hebben sympathisanten. En wie krijgt, wil meer.

Een dame had een arme aan tafel uitgenodigd. Het waren goede spijzen en de arme man had smakelijk gegeten. Hij had er een nagerecht bij gekregen. Toen vroeg de dame of hij tevreden was en hij zei: “ja, maar ik had er gaarne een kopje koffie bij.”

De retraite pater die het voorval vertelde, paste dit toe op een gebed uit de oude liturgie bij het drinken uit de kelk. “Wat zal ik de Heer weergeven voor alles wat Hij mij gegeven heeft? Ik zal de kelk van de Heer nemen en de naam van de Heer aanroepen” (een vertaling naar psalm 115,3-5). Wij eren de Heer door van zijn goede gaven te genieten.

De massa is met verwachtingen naar Jezus gekomen. Misschien herhaalt hij voor hen het wonder van de dag voordien. Ze zullen van alle zorgen bevrijd zijn als zo iemand als hij koning wordt.

Motieven

Jezus gaat in het evangelie door als iemand die de harten kent en weet wat er omgaat in het hart. Hij gaat daarom niet zomaar in op hun vragen. Hij peilt naar hun motivatie en helpt hen deze uit te zuiveren.

Waarom volgen mensen Jezus? Waarom volgen wij hem? Hebben we echt voor hem gekozen.? Zijn we niet tot hem gekomen vanuit de gewoonte van een volkskerk? Gaf het ons voordeel en promoveerde het vooruitgang? Was het uit baatzucht?

Jezus zegt hen: “U zoekt me niet omdat je de tekenen hebt gezien, maar omdat u brood gegeten hebt en verzadigd bent” (Joh. 6, 26).

Omwille van voordelen is er in de geschiedenis door mensen voor Jezus gekozen.

In delen van Afrika, van Zuid-Azië en in Zuid Amerika s er een beweging, die zich het ‘prosperty gospel’ noemt. Ze is aanwezig in de States en president Trump heeft met hun connecties. Een van hun leuzen: „pray – it pays!“ “Bidt: het brengt op.” Het geeft voorspoed.

Onder de bekeerlingen tot het christendom in China waren er in de negentiende eeuw de rijst christenen, In haar boek de Belgische minderbroeders in China Missionering en moderniteit schrijft Carine Dujardin over Theodimus Verhaeghen (1867-1904), bisschop in China. Zijn motto was: “Ik vertrouw wel op de goddelijke voorzienigheid maar we moeten ook de menselijke middelen gebruiken.” “Hij ging er van uit dat de bekeerlingen in China een aantal materiële behoeften hadden, waarop het bekeringsbeleid diende in te spelen. Hij dacht hierbij niet alleen aan het verschaffen van voedsel, kledij of onderdak in tijden van hongersnood en crisis, maar ook aan meer abstracte noden zoals veiligheid, bescherming of status. Hij zag er geen bezwaar in dat zich nogal wat rijstchristenen bevonden onder zijn bekeerlingen. In hun materiële motieven zag de bisschop juist de werking van de goddelijke genade die door middel van menselijke beweegredenen de geest van deze heidenen opent voor de leer van de kerk en hun hart voorbereidt op de genade van het doopsel (p. 197).

Noden

Horen we niet elke dag over noden die mensen hier en elders hebben: materiële noden en geestelijke noden, zorgen om vluchtelingen, veiligheid. Er is zo veel nodig om te bestaan en om vol te houden in de wereld vandaag. Voelen de mensen een band met hun zorgen als ze de teksten van het evangelie horen?

Jezus zegt: “Werkt niet voor het voedsel dat vergaat.” We hebben niet altijd de juiste hiërarchie en verhouding. We kunnen ons inzetten voor dingen die voorbij gaan en hebben geen ogen voor wat blijft. Mensen doen veel om op te klimmen op de maatschappelijke ladder en deze van het management. Maar ze hebben daardoor soms weinig aandacht voor de opvoeding van hun kinderen.

Wat geeft ons echt rust en vrede? Mensen kunnen ontdekken dat er meer is dan wat hen nu bevrediging schenkt. “Veiligheid, zekerheid en beschutting zijn de dominante thema’s van deze tijd. Mensen willen voelen dat ze ergens bij horen. Tegelijk zoeken ze woorden en verhalen die hen bemoedigen en die hen uitdagen boven zichzelf uit te stijgen. Die zoektocht naar inspiratie en confrontatie maakt dat Christus en zijn evangelie opnieuw weerklank vinden bij onze tijdgenoten” (Tertio, Pinksternummer 2018).

De mensen bij het meer wilden alleszins meer. Zij verlangen wat stevig is en blijft. Vandaar dat zij, wanneer Jezus spreekt over “het brood dat komt uit de hemel en leven geeft aan de wereld”, dat zij dan tot hem zeggen: “Geef ons te allen tijde dat brood.”

Maar daarmee is de laatste stap nog niet gezet. Het gesprek tijdens van de broodrede in Kafarnaüm gaat verder.