5e zondag van Pasen (2008)

Ik zag onlangs op TV een aangrijpende Japanse film, die zich afspeelt in Tokio. Hierin werd Akira, een jongen van 12 jaar, verantwoordelijk voor de zorg van zijn jongere broer en 2 zusjes, toen de alleenstaande moeder van de ene op de andere dag niet meer thuiskwam. De kinderen werden eerder door de moeder thuis gehouden, omdat zij lange dagen moest werken. Uit veiligheid en uit geldgebrek liet de moeder ze niet deelnemen aan de samenleving; ze gingen niet naar school en leefden in een isolement.
In de directe omgeving was er niemand die dit opviel, maar ook niemand die zag dat de situatie veranderde en hulp bood. Eerst zijn de kinderen nog blij met hun nieuwe vrijheid - je ziet ze de omgeving verkennen -, maar de boel in het flatje verslonst. Akira probeert het hoofd boven water te houden, maar gaat niet naar de instanties, omdat hij bang is dat de kinderen van elkaar gescheiden zullen worden.
Op een gegeven moment worden ze afgesloten van gas, water en elektriciteit. Ze halen water in het park om te drinken en om zich te wassen. Het geld raakt op en ze lijden honger.
Dus bedelt Akira iedere dag om wat eten; een man die werkt in een winkel stopt hem uit medelijden wat toe; het jongere broertje zoekt in de geldautomaten naar achtergebleven muntjes; ze begraven hun jongste zusje stiekem. De film eindigt niet rooskleurig, want de situatie verandert niet. De eenzaamheid, het verlangen om gewoon kind te zijn, trof mij enorm in deze film.
In  zo'n grote stad is anonimiteit groot. In  Japan werken volwassenen hard en lang; er is weinig contact met elkaar, alleen met de familie. Het eergevoel is groot; het schaamtegevoel ook. Men zoekt vaak geen hulp. 

Zo'n situatie komt hier in Nederland ook voor, vaker dan we denken.

20De groep mensen die onder de armoedegrens leeft wordt steeds groter. We lezen of horen over voedselbanken, kledingbanken, stille armoede. In zo'n rijk land als Nederland zou dat toch niet nodig hoeven zijn, maar blijkbaar is dit wel zo. Alleen al in Amersfoort is het aantal daklozen  het afgelopen jaar fors gestegen. 
Gelukkig zijn er in de stad instellingen die deze mensen opvangen. Over enige tijd komt er een drugshostel en een dagopvang bij.
Gisteren is Bernadette van Dijk als straatpastor geïnstalleerd. Zij zal daklozen geestelijk  bijstaan. Ik las in de krant ook een stukje over de straatadvocaat die juist deze kwetsbare groep mensen adviseert en begeleidt. Er is duidelijk behoefte aan dit soort hulp.

Diaconie: In hoofdstuk 6 van het boek der Handelingen wordt, zo hoorden we net, de instelling van het diaconaat beschreven. Omdat de hulp aan arme weduwen in de christengemeente in Jeruzalem niet goed verliep, en de apostelen daar zelf niet voldoende tijd voor hadden, besloot de christelijke gemeente, onder gebed tot God, zeven mannen te kiezen die de zorg voor de armen moesten vormgeven. Zij verzamelden middelen voor de armen en deelden die uit aan hen die dat nodig hadden. Dit is de eerste vermelding in de Bijbel van het diakenschap.
Tegenwoordig zijn er veel parochies zonder diakenen, maar er zijn wel (werk)groepen die zich bezig houden met diaconaal werk. En dit zijn gelukkig niet alleen mannen meer.

Ik ben eens gaan kijken wat er in Amersfoort op diaconaal gebied gebeurt - en dat is veel. Vrijwilligers gaan met iemand mee naar de gemeente, helpen met het invullen van formulieren, bieden geestelijke steun (bv. ze bezoeken mensen die eenzaam zijn, gaan mee naar het ziekenhuis als er geen familie is); bij de PCI kan een beroep worden gedaan op financiële hulp.
Gisteren vond de Diaconale Dag plaats, waarbij 17 kerken betrokken waren. Op 20 juni is in de Flint  een vrijwilligersdag voor diaconie, georganiseerd door de Raad van Kerken. Dan wordt de kerkelijke maatschappelijke kaart gepresenteerd.

Ook bij ons in de parochie gebeurt er veel: De DAC organiseert bv. de inloopochtend en het dagje uit voor ouderen. Op 4 mei is er weer zo'n seniorendag.
Enkele parochianen zijn gestart in het maatjesproject;  Daadkracht werkt in samenwerking met de stichting Ravelijn aan het Sensorproject. Hierbij worden nog mensen gezocht die gedurende enkele maanden eenzame alleenstaande ouderen willen bezoeken.
Diaconale  hulp gaat verder dan het parochieverband; het betreft het helpen van vreemden, mensen die niet tot de parochie behoren, bv. asielzoekers die via via de weg naar de kerk vinden. Of het gaat om hulp wereldwijd. Zo is onze parochiaan Bert Koning in Afrika actief. En we hebben een werkgroep Franciscus Xaverius Wereldwijd, die ons bewust maakt van onze rijkdom en kansarmen in de Derde Wereld helpt.
Hierbij sluit de viering van volgende week zondag 27 april mooi aan. Dan  zal op initiatief van de werkgroep diaconie Annemiek Schrijver, wellicht bekend bij U van de NCRV, voorgaan in de viering en in de verkondiging haar visie op het herbergen van de vreemdeling geven.

Ik heb bewondering voor al die mensen die zich uit geloofsovertuiging belangeloos inzetten voor anderen en hiervoor tijd en energie vrijmaken. Jack Korndörfer vertelde me: "Het is ook vaak verrassend om met vreemde mensen met andere achtergronden in gesprek te raken; het verruimt je blik". En Gerry de Bruin van  Kruispunt in Vathorst schreef: "Het leuke van vrijwilligerswerk is ook dat je dingen doet waar je niet voor hebt geleerd". Theo Broere van de Heilige Geest sprak de wens uit om te komen tot een groot samenwerkingsverband tussen de kerken op diaconaal gebied, waarbij ieders deskundigheid effectief zou kunnen worden ingezet. Je hoeft niet alles te kunnen en te doen om te helpen.
Vrijwilligers zijn vaak stille, harde werkers. Jezus heeft ons voorgeleefd: het is heel gewoon om dienstbaar te zijn voor anderen. 
20 april 2008  Mirjam Verstraelen

 20Vlak na Pasen is Johanna Klink overleden. Zij is 91 jaar geworden. Johanna Klink was voor heel veel kinderen een vaste gids. Zij verstond de kunst om met eenvoudige woorden de bijbel  te vertellen aan kinderen. Haar twee kinderbijbels - over het O.T. en het N.T. -werden op veel scholen gebruikt. Ook in veel huisgezinnen waren haar bijbels een bron van leesplezier. Ook schreef zij gebeden voor kinderen. Zij zette moeilijke psalmen naar de hand van kinderen. Zij wasvoor mij een grote bron van inspiratie bij het lesgeven op school.
Waarom vertel ik dit?
Allereerst natuurlijk als hommage aan haar, maar ook naar aanleiding van de eerste lezing. Daar wordt gezegd dat de jonge kerk het als een belangrijke opdracht zag om goed te zorgen voor de armen en om te volharden in gebed en in het verkondigen van Gods woord.
Er moeten mensen zijn die zich het lot van de armen aantrekken. Er moeten ook mensen zijn die voorgaan in gebed en het woord  verkondigen.
Het geloof komt je  over het algemeen niet zomaar aangewaaid. Het zijn er maar weinigen die kunnen zeggen:"Ineens werd ik geboeid door de boodschap van het christendom en door de persoon van Christus".Een Paulus ervaring hebben  niet zoveel mensen.
De meeste mensen hebben het geloof van horen zeggen. Je bent er  van huis uit mee opgegroeid, je hebt je geloof verdiept en je hebt het waar gemaakt in  je dagelijkse leven.
Vanaf het begin van de kerk van Christus heeft zij ingezien dat het evangelie verkondigd moet worden. Wanneer dat niet gebeurt, blijft de boodschap van Jezus een nooit gehoord verhaal.
Via onderwijs, catechesatie, kunstzinnige uitingen en allerlei  vormen van communicatie  heeft de kerk geprobeerd om haar boodschap te verkondigen. Zij hoopt zo de gezinnen te bereiken, onszelf en het openbare leven. Ook voor onze parochie  is het belangrijk dat deze traditie doorgaat.In onze parochie wordt de boodschap van het evangelie doorgegeven op zondagmorgen tijdens de kerkdienst. Soms door een priester, maar ook vaak door parochianen. Zij zijn daarvoor gevraagd en iedere dienst wordt met zijn tweeën voorbereid. Dan is er nog de kinderwoorddienst en vele andere groepen die zich overdag of 's avonds bezinnen op wat de H.Schrift biedt aan spiritualiteit. En niet te vergeten onze koren, die met al hun liederen bijdragen aan bezinning, feestelijke vieringen en het uitzingen van ons geloof. Bij al deze groepen die zich bezighouden met het woord, de verkondiging, gaat het niet om eigen stokpaardjes maar om te laten zien dat Jezus Christus ook voor ons de weg de waarheid en het leven is. Zo zegt Johannes dat vanmorgen in zijn evangelie. Hij is voor ons de weg ten leven. Wie zich met hem inlaat, vindt de weg naar het werkelijke leven. Hij vindt de weg naar God. Hij is het ook die onze ogen opent en ons zicht geeft op de werkelijk belangrijke dingen in het leven. Hij is het ook bij wie mensen opbloeien als zij hem ontmoeten. Wanneer hij sprak dan gebeurde er iets, mensen werden genezen, de ogen geopend of stonden op. Daarvan willen wij graag getuigen, zoals ook de eerste christenen deden.
Diakonie en verkondiging, twee pijlers van ons christelijk geloof. Zij horen bij elkaar. Het is te hopen dat beide pijlers ook in de toekomst de pijlers van onze parochie gemeenschap mogen blijven. Wij zullen daar samen onze schouders onder moeten zetten. Zo heeft ook de jonge kerk dat gedaan.