5° Paaszondag A (2011)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 419 niet laden
Nou, dat gaat me wat worden, komende dinsdagavond, hier in de kerk: het charity- oftewel fundraising-diner waarvan de opbrengst ten goede komt aan de restauratie van ons kerkgebouw – iets wat natuurlijk zeer welkom, om niet te zeggen: hard nodig is willen wij als parochie aan die restauratie niet ten onder gaan. Over de kerkbanken waarop u nu zit, daaroverheen wordt een vloer gelegd. Op die vloer komen vierentwintig ronde tafels te staan. Die tafels zijn verkocht aan bedrijven en particulieren die daarvoor respektievelijk zesduizend en drieduizend euro hebben betaald. Aan elke tafel is plaats voor tien áánzittenden. Ron Blaauw, van de brasserie Paardenburg in Ouderkerk aan de Amstel, "Nederlands bekendste tweesterrenkok" naar men zegt; hij zorgt voor de maaltijd. En tijdens de avond zal ook een veiling en een loterij plaatsvinden. Er zijn driehonderd loten en meer dan honderd prijzen, variërend van een cocktailjurk van Sheila de Vries, een drieliterfles Jerobeam Moët-champagne, een verblijf van drie nachten all inn in het kasteel in Schotland waar Madonna is getrouwd, paarlen oorbellen van onze overbuurman Wiewel. Enzovoort. Het is allemaal très Oud-Zuid.

En dat alles zal plaatsvinden in het huis des Heren, coram Deo - voor Zijn Aangezicht. Het is me wat. Er zijn mensen geweest die er bij mij op hebben aangedrongen om het Allerheiligste, het Heilig Sacrament des Altaars vanuit het tabernakel naar bijvoorbeeld de sacristie of de kapel in de pastorie over te brengen. Maar daar ben ik geen voorstander van. Als je dát zou doen, dán precies zou je mijns inziens als kerk verkeerd bezig zijn: als je de Gastheer in de kerk bij uitstek voor zo'n gelegenheid het veld zou doen ruimen. Waarom? Omdat je vreest dat Hij het niet zal kunnen aanzien? Omdat je vreest dat Hij het afkeurt? Ja, dat geldt natuurlijk voor eindeloos veel van wat op deze aarde zich afspeelt: dat de Schepper van hemel en aarde het niet kan aanzien en dat Hij het afkeurt. En toch gebeurt het. Maar veelgeliefden, God is geen doetje. En ik denk: Hij hoeft niet door ons tegen onszelf in bescherming te worden genomen. Je doet wat je doet, als mens en ook als kerk. Je staat daarvoor. Je neemt er de verantwoordelijkheid voor. En dan denk ik: de intentie dat alles ten goede komt aan de toekomst van onze kerk en het gegeven dat Susanne de Roy van Zuidewijn-Rive en Marie-José barones Bentinck-van Zwieteren en vele anderen zich hiervoor vrijwillig inzetten (wat zeg ik: zich ervoor uit de naad werken), dát maakt dat ík het óók kan en wil: ervoor stáán en er áchter staan, voor en achter dat charity- oftewel fundraising-diner. Ik stá er voor en ik stá er achter, zélfs, néé, juíst ook coram Deo – voor het Aanschijn des Heren.

Hoe we een en ander mogen of zelfs moeten zien in het licht van de schriftlezingen van deze zondag, blijft daarbij wel een zinvolle en zelfs noodzakelijke vraag. Dáár kunnen en mogen wij als individuele gelovigen en als kerk natuurlijk nóóit van afzien: van ons af te vragen wat ons leven, ons doen en laten betékent in het licht van ons geloof dat wij voortdurend pogen te voeden en te laven aan de bron die voor ons de Heilige Schrift is. Daarin ontmoeten en ontvangen wij de Heer zelf. Mijn aandacht werd, speciaal ook in verband met het Obrecht-diner, getrokken door de tweede lezing van deze zondag, uit de eerste brief van Petrus. Daar horen wij: "Treed toe tot de Heer, de levende steen, door de mensen verworpen, maar uitverkoren en kostbaar in het oog van God." Hij, onze Heer, hoort bij de losers van deze wereld. Een betaalde stoel bij het Obrecht-diner, waar Hij dus nochtans wél bij aanwezig zal zijn, zit er voor Hem niet in. Hij, de Heer, wordt in onze wereld en misschien ook wel geregeld in onze kerk, vaak níet geacht en níet genodigd. Maar om Hem drááit nochtans alles. Hij is het hart. Hij is de Gast die niet betaalt, maar die ook onbetáálbaar is. "Laat ook uzelf als levende stenen voegen in de bouw van de geestelijke tempel" schrijft Petrus in zijn brief. Hij heeft het over de gemeenschap zoals die rond de Heer bijeenkomt als een geestelijke werkelijkheid. De kerk zoals wίj die daarentegen ervaren en kennen is vaak zeer tastbaar. Het gaat over stenen en het gaat over centen. Het gaat over bisschop en pastoor en pater die en die. Het gaat over bloemen en over het orgel. Het gaat over koffie, over catechese en over conflicten. En nu komende dinsdag gaat het over het diner. Zo is dat. Zo is ons leven. Wij leven geen abstract leven, maar een concreet leven. Zelf zijn wij concreet, van vlees en bloed. En toch, het leven en de tempel, de kerk waar het ten diepste om gaat is van een andere orde. "Laat uzelf als levende stenen voegen in de bouw van de geestelijke tempel." Waar het om gaat, mijns inziens en zo versta ik Petrus, dat is dat wij ons innerlijk afstemmen op Jezus Christus, "de levende steen, door de mensen verworpen". Zelf, in jouw eigen leven, voortbouwen op wie Hij is, op wat je over Hem hoort in de Heilige Schrift, voortbouwen op hoe Hij voor jou daarín maar ook daarbuiten verschijnt. "Draagt als een heilige priesterschap geestelijke offers op, die welgevallig zijn aan God door Jezus Christus". Wat is een offer? Ik denk: een offer is iets van jezelf waaraan je gehecht bent loslaten. Loslaten en dan geven, weggeven. Tijd geven. Aandacht geven. Dingen geven. Geld geven. Jezelf geven. Je leven geven. Waarom zou je het doen? Ik denk: je doet dat alleen maar als je er innerlijk toe gemotiveerd wordt. En hoe werkt dat dan? Hoe word je dan innerlijk gemotiveerd tot een offer? Ik denk: dat heeft altijd met liefde te maken. Aus Liebe will mein Heiland sterben klinkt het in Bachs Mattheüs-Passion. Jezelf geven omdat je van Gód houdt, omdat je van Jezus Christus houdt en door Hem van de mensen, van alle mensen zonder uitzondering bereid bent te houden. Als dát, veelgeliefden, de hoogste drijfveer is van Susanne de Roy van Zuidewijn-Rive en van Marie-José barones Bentinck-van Zwieteren in verband met het Obrecht-diner en van ons allen wat betreft onze inzet voor onze kerk en onze wereld; als het zó is, als ten diepste de grenzenloze liefde ons motiveert, dan kán het niet verkeerd zijn, wát wij binnen en buiten de kerk ook doen. Amen.