4e zondag door het jaar A (2008)

Goede mensen,

God roept vandaag op tot gerechtigheid.
Je zou ook kunnen zeggen dat God ons vraagt
om ons in te zetten om mensen tot hun recht te laten komen,
dat we mensen terecht laten komen.
Hoe doe je dat ?

We hoorden het in de eerste lezing van de profeet Sefanja,
die in de 7° eeuw voor Christus leefde.
Die zegt ons: "zoek de gerechtigheid, leef rechtvaardig en bescheiden".
En Matthëus helpt ons ook een stuk verder in de Zalisprekingen.

"Zalig"
Gelukkig de armen, gelukkig die honger hebben,
gelukkig de mensen die verdriet hebben...
Onder ons is er toch niemand die mensen die arm zijn,
honger of verdriet hebben gelukkig noemt, hen daarmee feliciteert !
Jezus doet dat wel !

Misschien is dat het grote verschil tussen wat mensen
belangrijk vinden en wat Jezus de moeite waard vindt.

Het is niet toevallig dat de Bergrede,
waarvan deze gelukwensen het eerste deel vormen,
wel eens de 'grondwet van het christendom' wordt genoemd.
En omdat er met een grondwet niet te sjoemelen valt,
is het goed dat we bij dit stuk evangelie , dat we bijna van buiten kennen,
toch even stil staan.

Ieder mens wordt geboren met een sterk verlangen naar geluk.
Ieder mens probeert dat geluk op verschillende manieren te bereiken.
Jezus zegt ons in zijn zaligsprekingen dat écht geluk
maar bereikbaar is door en met andere mensen.
Hij zegt ons dat de weg die we moeten gaan om gelukkige mensen te worden,
niet in krijgen en hebben ligt, maar in geven en delen.

Graag wil ik de zaligsprekingen herlezen met andere woorden.
Voor mij worden ze dan actueel en een richtingwijzer in mijn leven.

Gelukkig word je als je arm bent van geest:
als je het niet altijd beter weet,
als je aanvaardt dat de anderen, hoe anders ook,
ook waarden erkennen en beleven.
als je weet dat je steeds van anderen kunt leren.
en als je eenvoudig genoeg bent en de anderen
een kans geeft om bij jou iets op te steken.

Gelukkig word je als je kunt treuren
om het ongeluk, de onmacht,
het lijden van anderen
want dan kun je troosten.

Gelukkig word je als je met zachte moed uw medemens benadert,
dan is er geen kruiperij of overheersing.

Gelukkig word je als je dorst en hongert naar gerechtigheid,
als je echt verlangt dat de ander tot zijn recht komt
ook als jezelf dan een stukje terrein prijs moet geven.

 

Gelukkig word je als je barmhartig en warmhartig bent,
zodat je de andere een warm toedraagt,
zodat je hem kunt vergeven en hem helpen de fouten
die hij begaan mocht hebben, te herstellen.

Gelukkig word je als je hart zuiver is,
als er in je spreken en handelen geen bijbedoelingen zijn,
als je niet met je ellebogen werkt,
als je ja, ja is en je neen, neen.

Gelukkig word je als je vrede brengt:
dit kan vanuit je eenvoud waarin je ervaart
dat je vele gaven hebt en dat je veel kunt,
maar dat de anderen in hun anders zijn
ook vele gaven en mogelijkheden hebben.
als je kunt afstappen, als het moet, van je eigen gelijk,
als je kunt vergeven zonder daarom te vergeten.

Gelukkig word je
als je met een goed en sterk karakter durft uitkomen voor wat goed is
als je durft stem te worden voor de sprakelozen,
als je durft opkomen voor het kleine, het afgeschrevene.

Gelukkig word je als je verdraagzaam wordt,
als je rustig blijft, ook als anderen roddelen en lasteren.

Het is met zulke mensen dat Jezus het Rijk van God,
het nieuwe Jeruzalem, de stad van vrede wil bouwen.

Er is uiteindelijk maar één maatstaf voor het Rijk Gods:
wat heb je betekend voor de ander,
hoe radicaal was jouw liefde,
heb je alleen maar voor jezelf geleefd.
of heb je de weg van Christus,
de weg van breken en delen bewandeld?

Die weg wens ik ons allen toe.
Het zij zo. Amen