Vergeet de olie van de liefde nooit! (2005)

Wij zijn altijd een beetje geschokt
door enkele elementen uit deze gekende parabel:
De weigering vanwege de zgn. ‘wijze' bruidsmeisjes
die hun olie met hun vriendinnen niet willen delen,
lijkt ons precies geen voorbeeld van christelijke naastenliefde.
En op het einde lijkt de Heer zo onverbiddelijk streng.
De deur gaat onherroepelijk dicht.
En wij vragen ons daarbij af
of God dan niet bereid is tot barmhartigheid.
Over deze opwerpingen zullen wij dus wat uitleg moeten geven.
Maar laten wij eerst even proberen
de diepere bedoeling van de gehele parabel te verduidelijken.

Op deze laatste zondagen van het kerkelijk jaar
richt de liturgie onze aandacht naar de ‘Einddag',
beter gezegd : de ‘uiteindelijke' Dag van God.
Deze parabel wil ons dan ook iets zeggen
over het uiteindelijke doel waarheen onze wereld nu reeds volop
aan het evolueren en het groeien is.
"Dàn, wanneer de Mensenzoon komt,
op dié dag, op de uiteindelijke Dag van God,
dàn, zal Gods Rijk op aarde gelijken op een bruiloftsfeest"
d.w.z. een feest waar de Liefde wordt gevierd
en in het midden wordt geplaatst.
Dit is dus het eerste wat de parabel ons vandaag zegt :
"Mensen, onze wereld is aan het groeien naar een goddelijk liefdesfeest."
Laten wij dus goed beseffen dat wij,
ondanks alle pijn die wij nu misschien beleven,
uiteindelijk toch op weg zijn
naar een feest van liefdevolle verbondenheid met God.
Dat is onze bestemming, dat is onze hoop.
Neen, de wereld is niet absurd.
Neen, onze inspanningen zijn niet zinloos.
Wij, christenen, wij geloven dat wij allen
- zowel de levenden als de reeds gestorvenen -
uiteindelijk opgenomen worden in een feestelijke gemeenschap
van verbondenheid met onze verrezen Heer.
Zo willen wij denken over die hoopvolle, definitieve Dag van God.

Maar nu weet niemand wanneer dat precies gaat gebeuren.
De tijd duurt lang, voor sommigen misschien tergend lang.
Wellicht hoopten velen onder ons
dat het geluk hen vrij onmiddellijk in de schoot zou vallen.
Als het leven niet blijkt te verlopen zoals verwacht,
dan groeit bij heel wat mensen de sleur en de moeheid,
het compromissen-sluiten en soms zelfs de wanhoop.
"Allen sluimerden in."
Dan worden wij allen bedreigd door de duisternis van de nacht.

De parabel zegt dat de Bruidegom komt "midden in de nacht".
Midden in onze duistere, soms hopeloze wereld,
weerklinkt de bevrijdingskreet:
"De Bruidegom komt! De Heer van de Liefde komt!"
"Mensen er is dus toch hoop!
Er is hoop te midden van uw kleurloze, versufte en duistere wereld.
Leef dan niet als diegenen, die geen Bruidegom,
die geen liefde, meer verwachten.
Leef eerder als die bruidsmeisjes
die de Bruidegom tegemoet trekken, gelovend dat Hij komt.
Steek de lamp van het geloof weer aan in uw donkere nacht.
Zorg dat, ondanks uw ervaringen van ziekte, tegenslag of dood,
het hoopvolle geloof levendig blijft dat de Heer op komst is
om het uiteindelijke liefdesfeest te laten beginnen."

Niet iedereen blijkt echter evengoed gewapend tegen de ervaring
van langzaamheid of onvervulde verwachtingen van het leven.
Er zijn dwazen.
De fout van de dwaze bruidsmeisjes
is geen toevallige, kleine vergetelheid.
‘Olie vergeten' is in de parabel het symbool
van een hele houding van onvergeeflijk
gebrek aan verantwoordelijkheidszin.

Maar er zijn ook wijzen.
Bij sommigen is de vlam in het hart niet gedoofd.
De parabel zegt ons:
Christenen, hou de lamp van uw geloof brandend,
maar gij moet daarbij ook wijs zijn
en de olie van uw liefde niet vergeten.
Zonder de olie van de liefde
kan het licht van het geloof niet levendig blijven.
Uw geloof dooft uit
als het niet wordt gevoed door uw concrete naastenliefde.

En kijk, nu zijn er in het leven dingen,
die men eigenlijk niet mag vergeten,
waarbij men eigenlijk niet kan en niet mag rekenen op de anderen,
engagementen waarvoor men zélf verantwoordelijk is :
Een man mag zijn vrouw nooit vergeten
en een vrouw haar man niet.
Ouders mogen hun kinderen nooit vergeten,
- wat er ook gebeurd is -
en kinderen mogen hun ouders nooit vergeten.
De gezonden mogen
de zieken en de gehandicapten in hun midden nooit vergeten
en de zieken en de gehandicapten
nooit de gezonden die hen omringen en verzorgen.
Christenen mogen de liefde nooit vergeten.
Op dat punt kan niemand het in onze plaats doen.
De weigering van de wijze bruidsmeisjes
is dus geen voorbeeld van gebrek aan naastenliefde,
maar is in de parabel een manier om te zeggen
dat wij op dat punt niet op anderen mogen rekenen.
Ieder moet, mét de lamp,
ook zijn olie meenemen op zijn weg, die uniek is.
Ons geloof blijft maar levendig als het,
in de concrete omstandigheden waarin ieder van ons leeft,
gevoed wordt door een zeer unieke, fijngevoelige liefde:
een persoonlijke dienstbaarheid
die de verantwoordelijkheid niet op anderen afschuift,
maar gereed staat om zelf te helpen waar ze kan.
Christenen hebben altijd van die olie mee.

En dan nog iets over dat strenge einde van de parabel.
De deur gaat meedogenloos op slot.
Is God dan niet barmhartig?

Zeker, God is barmhartig. Dat toont Hij ons voortdurend.
God staat steeds als eerste klaar om ons uit te nodigen.
En Hij doet het langs honderden wegen,
elke dag opnieuw, heel ons leven lang.
Inderdaad ‘heel ons leven lang', dus: ‘zolang ons leven duurt'.
Maar onze aardse levenstijd is echt beperkt.
Wij krijgen van God ruime kansen,
maar de dood is werkelijk een eindpunt van ons aardse leven.
De deur wordt gesloten.
Het christendom neemt de dood au sérieux
en gelooft niet in de reïncarnatie,
alsof er nog een tweede, derde of volgende keuze
zou bestaan voor een verder soortgelijk aards leven.
Maar daardoor neemt het christendom
ook ons huidig aardse leven volledig au sérieux.
Want het belangrijkste moet nù gebeuren.
Wij moeten niet speculeren op later.
Het komt er werkelijk nù op aan.
Wat wij nù opbouwen aan liefde heeft eeuwigheidswaarde.

Dat is blijkbaar hetgeen Mattheüs wil benadrukken
met zijn oproep tot waakzaamheid in deze parabel:
‘Speculeer niet op later,
speculeer ook niet op de hulp van anderen,
maar neem nu, elke dag dus, zelf de verantwoordelijkheid
om hoopvol en liefdevol te zijn,
ook al zijn de tijden die gij meemaakt donker.'

Wij zijn op weg naar Gods bruiloft, de feestelijke gemeenschap
van al onze dierbaren met de verrezen Heer.
Laten wij onderweg, mét de lamp van ons geloof,
steeds de olie van onze liefde meedragen.