Bidden om echte voorgangers (2005)

Zoals overal waren er ook tussen de farizeeërs van Jezus' tijd
goeden en slechten.
De meesten waren bijbelspecialisten die het heel goed meenden,
die dicht bij het volk stonden en probeerden de mensen te helpen
om concreet te leven volgens de wet .
Maar er waren natuurlijk ook slechte farizeeërs,
zij die de neiging hadden vooral eer te halen bij de mensen,
gebrand waren op uiterlijke onderscheidingstekens
en de hoogste volmaaktheid eisten van iedereen,
zodat hun woorden totaal hypocriet overkwamen.
‘Farizeeër' zijn, nl. ‘eerzuchtig en onecht',
kan het fundamentele gebrek worden van iemand die gezag uitoefent,
kan zelfs de beroepsziekte worden
van een hele groep die verantwoordelijkheid draagt,
ook binnen de kerkgemeenschap.
Daartegen richt zich vandaag de kritiek van het evangelie.
"Hoed u voor de christelijke farizeeërs
tussen de voorgangers in de Kerk!"

Hebben wij niet de indruk dat ons kerkinstituut
nog dikwijls juist doet wat het evangelie bekritiseert?
Sommigen zullen zeggen:
"Weet ge, de eenvoudige gelovigen
hebben in feite nood aan een hiërarchie met pracht en praal,
met onveranderlijke uitspraken en tradities."
Maar dit is helemaal niet de visie
van christenen die zich medeverantwoordelijk voelen voor de Kerk.
In de loop der geschiedenis van de Kerk
zijn er regelmatig van onderuit
stromingen ontstaan, waarbij meer charismatische leiders
opriepen tot echtheid, eenvoud en gelijkheid:
Franciscus van Assisi o.a., en in onze tijd
een Broeder Roger van Taizé misschien.
En, gezien in het geheel van die geschiedenis,
- vergeleken met de renaissance bijvoorbeeld -
mogen wij wel besluiten
dat er al heel wat dingen positief verbeterd zijn.
Maar toch blijven er in onze Kerk van vandaag
nog zo vele gewoonten en uiterlijke vormen bestaan
waarop de kritiek van het evangelie
nog even indringend scherp van toepassing is.
Het is goed dat deze waarschuwing
tegen de bekoring van het christelijk farizeïsme
ook nog in onze tijd blijft weerklinken.
De echte geest van Jezus' evangelie is heel anders
dan de franjes en de ijdelheden
die ook nu nog aan ons kerkinstituut hangen.

En toch denk ik dat wij te weinig bereiken
als wij onze energie vooral gaan steken
in het afbreken van die uiterlijkheden.
Het meest belangrijke is uiteindelijk een verandering
van de innerlijke houding van de verantwoordelijken,
de bekering van de geestelijke binnenkant
van al wie voorgaat in geloof.
En daarvoor biedt het evangelie
ons ook vandaag visie en een hulp.
Ik zou daar vooral willen blijven bij stilstaan.

"Gij hebt maar één Vader, één Leraar en één Meester".
Elke christelijke voorganger
wordt dus uitgenodigd te leven en zijn functie uit te oefenen
in het besef dat alleen God
de uiteindelijke Vader, Leraar en Meester is.
Dat betekent dat hij, ook als hij moet of mag optreden
als vader, leraar of meester
uitgenodigd wordt dit steeds te doen in het besef
dat hij toch kind blijft van dé Vader,
leerling van dé Leraar
en dienaar van dé Meester.

"Kind zijn van de Vader" wil zeggen.
dat de voorganger bij alles wat hij zegt en doet
vooral dankbare afhankelijkheid probeert uit te stralen
en geen zichzelf-verheffende eisen stelt.
"Leerling blijven van de Leraar"
wil zeggen dat de voorganger in zijn manier van onderwijzen,
zal laten aanvoelen dat ook hij nog veel kan bijleren
en niet de waarheid in pacht heeft.
En "Dienaar worden van de Meester"
wil zeggen dat de voorganger nooit vanuit de hoogte
op anderen zal neerzien,
maar dienstbaar probeert op te kijken naar allen
die aan zijn zorg worden toevertrouwd,
dus ook naar de kleineren en de zwakkeren.

Tot die visie en houding worden al de christelijke voorgangers
uitgenodigd en opgeroepen:
steeds kind, leerling en dienaar te blijven.
Dat is de spiritualiteit
die authentieke voorgangers in het geloof maakt.

Hoe kunnen gelovigen daarbij helpen?
Nogmaals, niet door actie aan de buitenkant,
niet door een beeldenstorm van de uiterlijke praal in de Kerk.
Die valt er wel vanzelf af
als er verandering komt aan de binnenkant,
als er gewerkt wordt aan de innerlijke houding
van "kind zijn", van "leerling blijven"
en van "dienaar worden".
Gelovigen kunnen díe voorgangers steunen
die in deze geest leven,
die niet boven, maar naast hun mede-gelovigen gaan staan
en bereid zijn in onderling overleg lasten en taken te verdelen,
die geen tuchtgemeenschap uitbouwen,
maar ruimte en zelfstandigheid aanbieden,
die meer voor-"gaan" dan voor-"houden",
die door hun levensstijl laten aanvoelen,
dat zij uiterlijke eretekens, titels, rangorde,
troon of ereplaatsen zeer onbelangrijk vinden.

Laat ons maar samen bidden om echte voorgangers
in onze christelijk geloofsgemeenschap van vandaag.