Bekleed U met de nieuwe mens (2005)

In deze parabel lijkt iets niet te kloppen.
Eerst wordt benadrukt dat God mateloze inspanningen doet
om allen uit te nodigen, ook de onaanzienlijken.
Maar dan vindt Hij toch iemand onwaardig,
omdat die een feestkleed mist.
Blijkbaar wil de parabel ons duidelijk maken
dat onze God anders oordeelt dan wij over wie goed is of slecht.

Het gaat over een Koning die volk wil zien
op de bruiloft van zijn Zoon.
Een bruiloft is een feest waar de liefde centraal staat
en waar genodigden rond die liefde komen meevieren.
God nodigt ons dus uit deel te nemen
aan de liefde van Zijn Zoon Jezus.
Dit is de christelijke visie die ons wordt voorgehouden:
Wij kunnen alles wat wij doen zien
als een antwoord op een liefdesuitnodiging.
Wij zijn genodigden om van het leven van elke dag
een viering te maken van Jezus' liefdesmentaliteit.

Daarbij wordt in deze parabel benadrukt
dat Gods liefdesaanbod gratuit, onvoorwaardelijk is,
en dat Hij zowel rijk als arm uitnodigt,
zowel diegenen die - volgens onze menselijke normen -
slechten zijn als goeden,
zowel de ‘zondaars’ als de ‘rechtschapenen’.

Wie werd ‘zondaar’ geacht
in de Joodse gemeenschap van Jezus' tijd?
Diegenen die de religieuze wetsvoorschriften niet onderhielden
over offers, sabbath, tempelbelasting, enz.
En in onze katholieke gemeenschap?
wie worden hier als slechteriken beschouwd?
De gescheidenen misschien, de homofielen, de samenwonenden?
Voor God moet niemand eerst voortreffelijk in orde zijn
met de geldende religieuze voorschriften.
Iedereen wordt aanvaard op Zijn liefdefeest.
Aan iedereen biedt Hij Zijn liefde aan,
ook aan diegenen die volgens de kerkelijke normen
"zondaars" worden geacht. Waarom?

Natuurlijk niet omdat God echt kwaad
zou vergoelijken of goedkeuren.
Wel omdat God niet kijkt naar de uiterlijke voorschriften,
maar naar de ingesteldheid van het hart.
Wat telt is: Wie gaat echt in op Zijn liefdesaanbod?
Wie probeert zijn leven te zien
als een antwoord op een uitnodiging om liefdevol te zijn?
Welnu de luisterbereide zondaars
hebben dit voor op de rechtschapenen:
nl. dat zij Gods liefdesaanbod als een gunst erkennen,
dat zij Gods liefde en vergeving aanvaarden,
dat wil zeggen ervoor dankbaar zijn.
Die zondaars mogen erbij horen, niet omdat zij zondaars zijn,
maar omdat zij Jezus' liefdesaanbod echt ontvangen
en dus dankbare mensen zijn.
En dat maakt het verschil!
Die bekeerde zondaars gaan hun leven verder uitbouwen
met in hun hart een gevoel van
dankbaarheid voor de ontvangen vergeving.
Terwijl de zogezegd rechtschapenen
in de zelfzekere overtuiging blijven leven
Gods liefdesaanbod en barmhartigheid nooit nodig te hebben.

God hanteert dus een andere maatstaf dan wij
om onderscheid te maken tussen goeden en slechten.
Hij nodigt iedereen onvoorwaardelijk uit.
Hij verlangt alleen dat Zijn liefde aanvaard wordt,
echt aanvaard, dus dankbaar aanvaard.
Wat erg is, is dat velen hun eigen akkers of zaken
belangrijker vinden dan Zijn liefdesaanbod
en zich er niet om bekommeren.
En dit geldt voor de rijken en de vooraanstaanden,
maar evenzeer voor de armen en de onaanzienlijken.

Daarom vond de wat strenge evangelist Mattheüs het nodig
een slot aan de parabel toe te voegen
over de man zonder bruiloftskleed.

De nood aan bekering tot dankbaarheid;
zodat onze spontane neiging naar hebzucht, afgunst en trots
plaats gaat maken voor het dankbaar aanvaarden
van Gods liefdesaanbod
geldt inderdaad niet alleen voor rijken of aanzienlijken,
maar evenzeer voor de armen en de behoeftigen.
Armen en kleinen behoren niet automatisch,
omwille van hun armoede en kleinheid, tot Jezus' gemeenschap.
In de zaligsprekingen klinkt het: ‘Zalig de armen van geest’,
en dat betekent: ‘Zalig diegenen die, zij het rijk, zij het arm,
dankbaar kunnen zijn voor de levenskansen die zij ontvangen
in plaats van hebzuchtig, afgunstig en trots.’

Het bruiloftskleed is dus het symbool van de dankbaarheid
en de bereidheid tot wederliefde van de christen.
Paulus zei reeds "Bekleedt u met de nieuwe mens",
dit is: de mens naar Jezus' maat,
de dankbare, delende, zichzelf-gevende mens.
‘Geen feestkleed hebben’ betekent dan:
er wel bij zijn, maar zonder dankbaarheid,
meer met een houding van ‘alleen voor zichzelf opeisen’
en dat maakt een liefdesantwoord onmogelijk.
Die waarschuwing geldt dus ook voor de armen.

God nodigt iedereen uit tot het echte leven,
diegenen die volgens onze normen slechten zijn, zowel als de goeden.
Maar uiteindelijk stelt Hij aan iedereen de vraag:
"Hebt gij het bruiloftskleed aan?
dwz. Draagt gij dankbaarheid en wederliefde in u?"
Wie geen dankbaarheid of wederliefde in zijn hart draagt,
sluit zich zelf uit van het feest,
zoals God het voor hem droomt.

Elke Eucharistie wil ons opnieuw leren dat wij heel ons leven
eigenlijk geroepen worden tot een liefdegemeenschap.
Zie de Heer heeft voor ons weer Zijn maaltijd klaar.
“Kom dus nu maar naar Zijn bruiloftsfeest!"