Minder zelfzekerheid in onze beloften, meer dankbaarheid in onze daden (2005)

De eerste zoon zei "ja", maar deed niets;
de andere zei "neen", maar kreeg achteraf spijt
en deed toch alles wat was gevraagd.

In welke zoon herkennen wij ons het meest?
In de eerste die niets doet?
Neen! Zo erg is het nu ook niet!
Eigenlijk proberen wij toch wel ons best te doen
om als christenen door het leven te gaan.
Neen, zoals die passieve eerste zoon, zo zijn wij niet.
Zijn wij dus eerder zoals de tweede?
Neen! Want wij komen er niet toe
alles te doen wat God van ons vraagt.

Wij denken misschien dat het ideaal erin ligt
een verbeterde versie te worden van de eerste zoon
en dus wat meer gaan dóén
van wat wij beloofd of ons voorgenomen hebben.
Zou het evangelie van vandaag ons vooral willen oproepen
tot een buitengewone, grote edelmoedigheid?
Al zou dit op één of ander punt misschien wel geen kwaad kunnen,
eigenlijk gaat het daar niet over.

Jezus vraagt ons eigenaardig genoeg niet
dat wij ervoor zouden zorgen beter te zijn dan de eerste zoon
en eens buitengewoon edelmoedig te zijn,
maar Hij stelt ons de tweede zoon tot voorbeeld,
diegene die spijt kreeg, die zijn innerlijke houding veranderde
en van daaruit het heel gewone werk ging doen
dat zijn vader van hem voor die dag verlangde.
Het gaat er dus niet om
dat wij "méér zouden moeten gaan doen dan wij al doen".
Het komt er vooral op aan
onze innerlijke houding te veranderen,
meer te handelen vanuit het verlangen van de Vader,
en dat bij de doodgewone dingen van de dag.

Wat zou er kunnen veranderen aan onze innerlijke houding?
De parabel zegt : "De tweede zoon kreeg spijt."
Dat maakt het verschil.

Spijt hebben is: tot inkeer komen en beseffen
dat wij iemand, die eigenlijk van ons houdt, hebben gekwetst.
Wij durven alleen onze spijt tonen aan iemand
waarvan wij durven hopen dat hij ons niet heeft afgeschreven,
waarvan wij weten dat hij van ons blijft houden
en ons zelfs nieuwe kansen wil geven.
Het is vanuit de dankbare zekerheid
dat de vriendschap van zijn Vader sterker was
dan zijn eigen eerste, botte weigering,
dat de tweede zoon ertoe kwam
toch te gaan werken in de wijngaard.
Letten wij vooral
op de innerlijke houding waarmee hij ging werken.
Die tweede zoon trok naar de wijngaard,
niet met een gevoel van opstandigheid ‘omdat het toch moest’,
ook niet met een houding van superioriteit
‘om nu eens te laten zien wat hij allemaal kon’.
Uit het verhaal begrijpen wij dat hij veeleer
met een gevoel van dankbaarheid naar de wijngaard trok,
dankbaarheid nog te mógen meewerken die dag,
dankbaarheid te mogen blijven delen
in de vriendschap van zijn vader,
dankbaarheid te mogen rekenen op vergeving
en ondanks zijn eerste weigering toch een nieuwe kans te krijgen.

Het evangelie vraagt ons dus vandaag
attent te zijn op onze innerlijke houding
wanneer wij edelmoedig zijn.
Zijn wij erop uit met een zekere verbetenheid
nog meer ons best te willen doen
voor de Heer of voor onze medemens,
dan zit het gevaar er echt in dat wij gaan handelen
vanuit een zelfbewustzijn en met een zelfzekerheid
die vooral zelfgenoegzaamheid verraadt.
Doen wij dat alles dan eigenlijk toch niet vooral
om onszelf te tonen?
De Heer vraagt dat wij onze innerlijke mentaliteit veranderen
en erop uit zouden zijn altijd te handelen
vanuit een houding van dankbaarheid
omdat wij onszelf vergeven voelen.
Dan gaan wij alles doen met veel grotere bescheidenheid.
Het evangelie van vandaag zegt ons dus :
"Liever wat minder zelfzekerheid in onze beloften,
graag wat meer dankbaarheid in onze gewone daden".

Aan het lawaai waarmee iemand iets doet,
kan men soms horen met welk innerlijk gevoel hij het werk verricht.
Als moeder, na het avondeten, alléén de keuken moet opruimen
omdat de rest van de familie zich op de zetels vóór de TV gooit,
ja, dan begint er in die keuken opeens
een oorverdovend bordengekletter.
Eigenlijk laat moeder dan horen:
"Ik doe dit hier in opstandigheid,
omdat ik het alleen moet doen. Kom mij toch helpen!"
Of als vader met de vuilnisbakken die hij 's avonds buiten zet,
heel uitdrukkelijk begint te rammelen,
dan gaat de oudere zoon best vlug een handje toesteken.
Want dan heeft vader een duidelijk signaal
van zijn innerlijk ongenoegen gegeven.

Het evangelie van vandaag
maakt ons wat bewust en stelt ons de vraag:
Op welke manier doen wij ons werk?
Met welke ingesteldheid werken wij in Gods wijngaard?
Opstandig of bescheiden?
Vanuit een zelfzekere misnoegdheid
die soms door ons hoofd spookt
of vanuit een dankbare tevredenheid
die ons hart kan vervullen?

Hier vinden wij de reden waarom Jezus zegt
dat de zondaars, die zich bekeren, eerder thuis zijn
in de liefdesmentaliteit van het Rijk Gods
dan diegenen die menen dat zij rechtschapen zijn.
Het is omdat zij die zich vergeven weten
en voortaan vanuit een intense dankbaarheid
hun leven verder gaan uitbouwen.
Terwijl zij die denken dat zij rechtschapen zijn
zo vlug verblind geraken
en alleen hun eigen zelfzekerheid uitstallen,
zonder dankbaarheid te tonen.

De Eucharistie waarvoor wij hier zijn samengekomen,
is toch eerder een feest van de "tweede zonen"
en van de "tweede dochters",
van de kleinen, van de bescheidenen,
van de zondaars die reeds vergeving ontvangen hebben,
van de dankbaren dus.
Wij worden hier eens te meer overstelpt
met de vriendschap van de Heer
en vanuit die vernieuwde vriendschap
straks weer uitgestuurd
om deze week te gaan werken in Zijn wijngaard,
zoals Hij het verlangt.
En dat is met wat minder zelfzekerheid in onze beloften,
maar met wat meer dankbaarheid
in onze doodgewone daden.