Moeten wij vergeven of mogen wij vergeven? (2005)

Zonder onderlinge vergeving
valt elke relatie, elke gemeenschap na een tijd uiteen.
Alleen de beslissende stap van
‘elkaar te willen vergiffenis schenken"
kan een verdieping brengen in de liefdes- of vriendschapsband.

Vergeven is echter moeilijk.
Altijd vergeven, zoals het evangelie van vandaag ons vraagt,
lijkt gewoon onmogelijk.
En Jezus nodigt ons uit te vergeven zonder moeite, graag en blij.
Hoe kan dat?

Als ik alleen oppervlakkig kijk - louter menselijk -
dan vergelijk ik mijzelf spontaan met anderen
en dan kom ik steeds weer tot de conclusie
dat het gelijk evident langs mijn kant ligt.
Dan komen gedachten bij mij op in de aard van:
"Wat denkt die andere wel?
Hij is mij nog veel meer schuldig dan ik hem!"
of : "Eigenlijk zou zij míj dankbaar moeten zijn.
Weet ge wel wat ik allemaal voor haar doe?"

Maar de parabel van vandaag
wil er ons toe brengen dieper te kijken,
niet alleen naar de louter menselijke relaties,
maar naar de relatie van elke mens met God
en te zien hoe allen, zowel de anderen als ikzelf,
heel veel verschuldigd zijn tegenover de Heer van het Leven.
Als ik bewust tegenover God ga staan
dan besef ik vrij vlug dat ik zoveel heb gekregen,
dat vooral ík zo diep vergeven ben.
Dan voel ik mij onnoemelijk dankbaar.

Welnu, als ik op het meer fundamentele vlak van het leven
aan God zoveel dankbaarheid verschuldigd ben,
ja dan kan ik toch nog moeilijk
op het meer bijkomstige vlak van één of ander twistpunt
wrokkig of hard blijven tegenover mijn medemens.

De grondhouding van dankbaarheid tegenover God
maakt mij dus mild en vergevensgezind tegenover de anderen.

Altijd moéten vergeven
lijkt ons een bovenmenselijke, onmogelijke taak.
Maar, is vergeven wel iets dat wij moeten presteren?
De parabel nodigt ons uit
allereerst voldoende diep bewust te worden
van al de goddelijke vergevensgezindheid.
Want dan groeit als vanzelf,
vanuit een overstelpende dankbaarheid,
het verlangen om anderen te vergeven.
"Moéten vergeven" wordt "mogen vergeven".
Vergeven is geen prestatie waartoe wij onszelf
met een bovenmenselijke inspanning zouden moeten dwingen,
maar een goddelijke bezieling die opwelt uit ons hart.

Als het vergeven ons soms moeilijk valt,
of als wij het nog als een ‘moéten’ ervaren,
dan is het dus gewoon omdat wij ons nog niet genoeg bewust zijn
van de overvloedige dankbaarheid die wij God verschuldigd zijn.

Als ik dus echt mijn medemens wil vergeven
dan hou ik er best mee op mij met hem te vergelijken.
Want dan blijf ik toch maar tot de conclusie komen
dat ik gelijk heb en de andere ongelijk.
Ik begin beter met naar God te kijken
om te beseffen hoe groot Zijn vergeving voor mij wel.
Dan zal vanuit die diepe vreugde en overstelpende dankbaarheid
uit mijn hart als uit een bron
het verlangen opborrelen om te mogen vergiffenis schenken.

Heer, leer ons zo te vergeven
van harte, vanuit het hart.