23e zondag door het jaar A (2005)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 306 niet laden
Een paar jaar geleden mocht ons landje kennis maken met “de open-debat-cultuur”. Ondanks de goede bedoelingen die de initiatiefnemers voor ogen hadden, was het al heel vlug duidelijk dat er van enige cultuur weinig sprake was en dat het debat door de media versmald werd tot een duel tussen twee standpunten. Conclusie was dat de politiek er slecht uit kwam en men heeft de piste verlaten.

 Dat er weinig heil te verwachten is van openbare “duellen” tussen verschillende meningen, lezen we vandaag ook in het evangelie (zeg nu nog eens dat het evangelie niet voor is op zijn tijd). Jezus geeft daar enkele tips in verband met de houding die dient aangenomen te worden tegenover broeders en zusters die “gezondigd” hebben. Dat is veel, maar het heeft ook zijn beperkingen. Vooreerst moet het ons duidelijk zijn dat het hier gaat om broeders en zusters in het geloof. Jezus geeft ons hier geen vrijgeleide om de leefwijze van anderen te beoordelen. Dat is al een belangrijk gegeven: de Blijde Boodschap verspreid je niet door anderen te bekritiseren en met een vermanend vingertje te zeggen hoe het wel moet. De Blijde Boodschap wordt verspreid door mensen die proberen, met vallen en opstaan, christelijk te leven en zodoende een uitnodiging te worden voor de wereld. Met dit voor ogen is het natuurlijk wel belangrijk dat wat er gebeurt in die gemeenschappen die zichzelf christelijk noemen, getoetst wordt aan de bijbel en in die zin mogen we de richtlijn van Jezus begrijpen. Jezus wil dat we in die gemeenschap Gods liefde kunnen waarnemen door de onderlinge liefde en de dienstbaarheid aan elkaar. Deze richtlijn heeft dan ook tot doel om tot verzoening te komen en is zeker niet bedoeld om kerken een wapen in handen te geven waarmee ze mensen kan veroordelen. Oordelen, dat kan God alleen, de “federale” gemeenschappen moeten dat recht niet overnemen.  

 Wanneer uw broeder (of zuster) gezondigd heeft ...  Wanneer is dat? Wanneer noem je iets zonde? Het is niet bepaald gemakkelijk daar een allesomvattend antwoord op te geven. Voor mij is zondigen iets zeggen of doen waarvan we duidelijk weten dat het indruist tegen Gods wil en waardoor we ons af-zonde-ren van God. Wat is de wil van God? Ook dat is niet altijd duidelijk, de enige twee hulpmiddelen die we daartoe ter beschikking hebben zijn de bijbel en ons gebed. Zij kunnen ons helpen zien wat de wil van God is. Mag ik samenvattend zeggen dat het de wil van God is dat we leven, ten volle? Mag ik stellen dat dit gebeurt door ons leven toe te vertrouwen aan Gods liefde en door deze liefde zichtbaar te maken in onze liefde tegenover onze medemensen? Als dat allemaal waar is, dan is zonde iets dat ingaat tegen de liefde tegenover God en medemensen.

 De weg die de christenen moeten gaan met de zondaars, wordt door Jezus beschreven in verschillende stadia. Vooreerst is er de terechtwijzing van hart tot hart. Geen open-debat cultuur want ook daar zou de kerk niet goed uit komen, niet dat het om de kerk te doen is, maar de kerk is nu eenmaal het instrument dat Gods liefde in deze wereld moet zichtbaar maken. Als de broeder luistert, alles ok, luistert hij niet dan worden er getuigen bijgehaald en luistert hij dan nog niet, leg het dan voor aan de kerk. Om het in hedendaags nederlands te zeggen: praat met hem en niet over hem. Dat betekent dat Jezus hier een en ander vraagt van ons. Misschien zijn we wel kwaad of ontgoocheld over wat hij nu weer gedaan heeft. Toch geen roddelcampagne beginnen, maar de eerste stap zetten naar een gesprek, dat is niet altijd zo eenvoudig ... Probeer geloofsproblemen op te lossen binnen de gemeenschap, dat is het wat Jezus ons hier vraagt.

 Een paar weken geleden gaf Jezus de “sleutels” van Zijn kerk aan Petrus. Ik merkte in het prikje toen al op dat we toch voorzichtig moeten zijn om de Gods liefde alleen maar in de handen van enkele mensen te leggen. Dit evangelie lijkt me gelijk te geven: het zijn niet de leiders, maar de ganse kerkgemeenschap die bindt en ontbindt. In theorie heel mooi, de praktijk eindigt helaas nog te vaak met een veroordeling van enkelen ... Gods liefde moet nog groeien.

 In de kerk moet Gods liefde zichtbaar worden opdat ze aantrekkelijk wordt voor anderen. Gemakkelijk gezegd, en akkoord, we kunnen dan misschien af en toe meningsverschillen oplossen in de eigen gemeenschap, het is toch niet eenvoudig om als gemeenschap christelijk te leven want hoe je het ook draait of keert, we zijn maar mensen. Jezus lijkt dat te beseffen en eindigt dan ook met te zeggen dat wanneer er twee eensgezind iets vragen, de Vader hun gebed zal verhoren(daarom niet altijd met ons antwoord). Is dat geen mooie afsluiter voor het eerste zondagsevangelie in dit nieuwe werkjaar dat bidden centraal stelt?