Ongelijk bekennen (1996)

×

Waarschuwing

JUser: :_load: Kan gebruiker met ID: 198 niet laden

GEZICHTSBEDROG

Ik zag laatst een fragment uit een oude film. Twee kinderen zaten te spelen. Ze hadden iets dat me raakte, omdat het helemaal uit mijn herinnering verdwenen was. Warempel, dit was ons naoorlogse speelgoed: een slap kartonnen pop die je moest uitknippen en allerlei kleren die je ook moest uitknippen en voor de pop hangen. Bovenaan staken twee te kleine fragiele lipjes uit. Die vouwde je om de schouder van de pop en ze was gekleed. Wat een armoede, vergeleken met de barbiepoppen van nu.
Dit laatste medelijden berust op gezichtsbedrog. Ik vergelijk nu het speelgoed van 1952 met dat van 1970. Maar dat deden wij, kinderen niet. In 1952 vergeleek ik ons speelgoed met dat van 1950 en toen was er helemaal niks! We vonden de kartonnen poppen een wonder van techniek. Zo is het met veel dingen.
Ik zie in Bokrijk de alkoven, nauwelijks groter dan een kist, en ik hoor dat ze daarin met 4 of 5 gezinsleden sliepen. Zoiets kun je je niet meer voorstellen. In die tijd keek men er niet naar met ogen van nu, maar met die van een eeuw daarvoor; ze zagen vooruitgang!

STUITEND EVANGELIE

Iets dergelijks is met het evangelie aan de hand. Het verhaal van vandaag is voor mij altijd een stuitende tekst geweest. Ik heb er altijd snel overheen gelezen. Jezus komt zo anders uit de hoek dan wij ons Hem willen voorstellen. Daar komt een niet-joodse vrouw, een uit Kanaän, zeg maar een Palestijnse. Ze vraagt om genezing; niet eens voor zichzelf, maar voor haar dochter. Jezus wijst haar bruut af. Hij is er als genezer voor de zieken van Israël. Dan volgt er nog een onsmakelijke vergelijking over kinderen en hondjes. De vrouw merkt op dat ze wel zo'n hondje wil zijn dat de kruimels oplikt en Jezus gaat door de knieën en geneest haar. Ik heb het altijd een stuitend en moeilijk uit te leggen tafereel gevonden. Totdat ik het deze week nog eens onbevangen doorlas. Ineens stoorde me niet meer Jezus' vooroordeel maar mij ontroerde het gemak waarmee Hij zich door de vrouw laat beleren. Hij probeert niet zijn gelijk vol te houden. Hij is niet dogmatisch. Hij probeert niet met een macho-verlegenheid zijn eerder ingenomen standpunt te vergoelijken. Nee, hij laat royaal zijn eerste stellingname los. Hij wil leren van het geloof van de vrouw, en dat werkt.

BELANG VAN DE ANDER BOVEN EIGEN GELIJK

Dit inspireert me: de kracht van een mens die kan terugkomen op een eerder standpunt, omdat hij een ander mens in de ogen ziet en meeleeft met diens lot. We zeggen in de theologie dat Jezus God en mens was. Ik denk dat Hij mens was in dat eerste oordeel van "eigen volk eerst", en ik denk dat hij God was in de overstijging van dat standpunt en zijn toewending tot de zieke vrouw, zonder dralen en aarzelen. Geen moment is hij bang om zijn gezicht te verliezen. Het gaat Jezus niet om zijn gezicht. Het lijden van de medemens roert zijn ziel. Ongelijk hebben lijkt me niks van God. Maar ongelijk bekènnen is een daad waarin een mens zichzelf overstijgt. Ongelijk bekennen is een daad waardoor ruimte wordt geschapen en het leven en welzijn van anderen wordt gestimuleerd. Ongelijk bekennnen is zoiets als jezelf prijsgeven, jezelf loslaten en verliezen. Ongelijk bekennen is iets goddelijks. De Palestijnse vrouw had veel genezers kunnen opzoeken. Gelukkig voor haar vond ze iemand die in staat was om culturele vooroordelen te overwinnen. Zo werd ze door God geraakt.

ARME IGOR

Lieve kinderen. Kennen julie Igor? Nee, dus. De Igor die ik ken kennen jullie niet. Als je tegen Igor zei: "Mijn vader heeft een Opel", dan zei Igor: "De mijne heeft een BMW." En als je zei: "We zijn helemaal in Luxemburg geweest", dan zei Igor: "Ik was in Spanje." Zei je: "Mijn oom heeft een zeilboot", dan had Igors oom een stoomboot. En als je frites had gegeten dan had Igor 36 Magnums gehad. Op zekere dag kwam er in de klas van Igor een nieuw meisje. Ze heette Marga. De eerste dag ging Igor al naar Marga toe. "Waar woon jij?" vroeg hij. "In dat grote huis op de hoek van de Kerkstraat", zei Marga. "Poeh!", zei Igor meteen. (Igor zei vaak "Poeh") "Ik woon in een veel groter huis." Marga moest erom lachen. Waarom wilde hij in een groter huis wonen? Marga speelde het spelletje mee. "Mijn huis heeft wel drie verdiepingen" zei ze. "Ons huis heeft er tien", zei Igor. "Mijn huis heeft een grote tuin met ponnies", verzon Marga voor de grap. "Poeh, ons huis heeft een park met olifanten..." verzon Igor snel. "Misschien", zei Marga toen, "misschien heb ik wat overdreven. Mijn huis heeft maar twee verdiepingen en in de tuin zijn alleen konijnen." "Nou", zei Igor, "zie je wel dat je een opschepper bent!" Toen zei Marga: "Dan wil ik jou huis wel eens zien. Kan ik op bezoek komen?" "Natuurlijk", zei Igor. Van die dag af werd het leven van Igor een hel. Iedere dag moest hij nieuwe smoesjes verzinnen. Dan weer was zogenaamd zijn moeder ziek. Dan weer waren de olifanten op hol geslagen, dan weer waren tien etages van het huis in de grond gezakt. Maar Igor durfde niet te zeggen: "Sorry Marga, ik had ongelijk" En omdat Igor dat niet kon zeggen, daarom werd hij een gevangene in zijn eigen leugen. Jezus zei: "Je moet durven zeggen: sorry, ik had ongelijk...!