19e zondag door het jaar A - 2023

Zusters en broeders,

Zoals zo dikwijls hoorden we een heel merkwaardig evangelie. Na de broodvermenigvuldiging wil Jezus aan het dwangmatige succes ontsnappen, dus trekt Hij de berg op om vol dank te bidden tot zijn Vader in de hemel.  Zijn apostelen zendt Hij naar de overkant van het meer, richting Kafarnaüm, waar de meesten onder hen en ook Jezus wonen. Maar ze komen terecht in een sterke tegenwind  die hen van de kust weghoudt. Jezus zelf is langs de oever naar de overkant gewandeld, ziet dat zijn apostelen in de problemen zijn geraakt, en gaat over het meer naar hen toe om hen te helpen, want Hij laat hen nooit in de steek. Maar de apostelen herkennen Hem niet, integendeel, ze menen een spook te zien. Om hen te kalmeren zegt Jezus dat ze niet bang moeten zijn, want Hij is geen spook, maar hun Rabbi.

Dit merkwaardige evangelie is meteen een even merkwaardig teken voor ons, namelijk dat God ons nooit in de steek laat. In welke omstandigheden wij ons ook bevinden, altijd komt Hij naar ons toe, zowel in goede als in kwade dagen is. Hij komt naar ons toe over het zachtjes kabbelende water van de vreugde wanneer we ons gelukkig voelen om al het mooie dat we meemaken. Om de liefde van onze partner, onze kinderen en kleinkinderen, onze buren, onze collega’s op het werk. Van zoveel mensen om ons heen, waarbij we ons nooit de vraag stellen of we wel recht hebben op zoveel liefde. Maar we krijgen ze gewoon, en we genieten ervan. Maar niet alle dagen zijn vol vreugde en geluk. Allen maken we dagen mee van pijn en verdriet, van tegenslag, van ellende, van ziek zijn, van pech hebben. Ook dan komt God naar ons toe over het stormachtige water wanneer we ons ellendig voelen. Hij komt naar ons toe in de zorg van onze familie, in de warme inzet van het ziekenhuispersoneel, in het begrip van de dokter, de ambtenaar, de agent, de buur op wie we beroep doen. God is immers  geen spook waarvoor we het uitschreeuwen van angst, Hij is in de mensen om ons heen een bezorgde Vader en Moeder vol liefde die altijd naar ons omziet, ons opvangt, ons troost, ons nabij is. Maar misschien geloven we dat niet altijd, en zijn we zoals Petrus in het evangelie. Dan zinken we plots naar de bodem, en kunnen we alleen hetzelfde doen als Petrus, en dat is schreeuwen om hulp. ‘Heer, red mij!’ Eb ook tegen ons zal God de Heer dan zeggen: ‘Kleingelovige, waarom hebt gij getwijfeld?’

Nee, twijfelen moeten we niet doen, en ook niet kleingelovig zijn, want God laat ons nooit in de steek. En daarbij mogen we niet vergeten dat Hij dat ook van ons vraagt: dat we onze medemensen dus nooit in de steek zouden laten. Dat hoorden we vorige week in het prachtige verhaal van de broodvermenigvuldiging. De apostelen zeggen tegen Jezus dat de duizenden mensen die Hem gevolgd zijn in de late avond niet meer naar huis kunnen gaan. Er moet dus voor eten gezorgd worden, maar hoe kan dat zomaar in de woestijn? Het antwoord van Jezus is om nooit te vergeten: ‘Geef gij hun maar te eten’, zegt Hij. Waarop de apostelen verbijsterd antwoorden: ‘Dat kunnen we niet, want we hebben niet meer dan vijf broden en twee vissen.’ We kennen het vervolg van het verhaal: Jezus zelf zorgt voor een overvloedige broodvermenigvuldiging.

Opnieuw is dat een teken door ons, namelijk dat we altijd moeten bereid zijn onze medemensen te helpen wanneer ze in nood verkeren, ook wanneer we daar ogenschijnlijk niet toe in staat zijn. We staan er immers niet alleen voor, want God de Heer helpt altijd. Zijn liefde zal ons dus altijd in staat stellen het onmogelijke mogelijk te maken. Het onmogelijke dat we soms moeten doen om onze medemensen te kunnen helpen. Om een zieke op te vangen, om een doodarme mens uit de nood te helpen, om er te zijn voor elkaar en voor al onze medemensen.

Zusters en broeders, we hoorden een evangelie met een prachtig verhaal en een al even prachtige boodschap, namelijk dat God ons nooit in de steek laat. Dat Hij altijd naar ons toe komt, in welke situatie we ons ook bevinden. En al even mooi is de ommekant van die boodschap, namelijk dat God van ons vraagt dat ook wij elkaar en onze medemensen nooit in de steek zouden laten. En om het helemaal onvergetelijk prachtig te maken: ook dan staan we er niet alleen voor, want God snelt ons altijd ter hulp, in welke onleefbare woestijn of stormachtig water we ons ook bevinden. Amen.