4e zondag in de advent A (2013)

Terwijl Jozef dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer die tot hem sprak: … Een engel van de Heer … Deze dagen hoorden we plotseling in verschillende nieuwsrubrieken dat het Vaticaan had gezegd dat Engelen geen vleugels hebben. De TROS Nieuwsshow besteedde er zaterdagmorgen zelfs 10 minuten zendtijd aan. Ze hadden zich niet bijzonder ingelezen in wat er gezegd was, en er werd door de TROS Nieuwsshow meteen een uitgekiende publiciteitsstrategie achter gezocht. Want Kerstmis is natuurlijk de tijd van de engeltjes in de kerstboom.

Maar ik denk dat het teveel eer is voor de engelendeskundige Pater Renzo Lavatori. Hij sprak op een conferentie over engelen. Hij zei dat engelen wel weer wat in de aandacht zijn, mede dankzij de New Age. Iemand die zich verdiept in de Bijbelse engelenfiguren, komt tot de conclusie dat Kerubs, met de oude naam Cherubijnen, in Bijbel met vleugels worden afgebeeld en beschreven, maar engelen niet. Dat is leuk om te weten, vooral voor mensen die niet dagelijks in de Bijbel lezen. De pater vindt het echter goed te begrijpen dat kunstenaars die in de loop van de eeuwen engelen hebben afgebeeld, dit onderscheid zo niet maken, dat is meer iets voor fijnproevers. De pater zou engelen liever afbeelden als een lichtschijnsel. Maar wat hem betreft is er ruimte genoeg voor dit soort kunst, als we maar beseffen dat wat er wordt afgebeeld vaak weinig met echte engelen te maken heeft.

Vandaag spreekt een engel tot Jozef. Het Griekse woord Angelos betekent boodschapper. Een engel geeft iets door van God, een engel is een bemiddelaar. Dat is omdat wij mensen iets of iemand nodig hebben om Gods Woord te kunnen verstaan. God is zo anders, zijn stem en woord is zo anders, dat wij er niets van kunnen verstaan en dus ook niet begrijpen. Zo zijn er voor Jozef vandaag in het Evangelie twee bemiddelaars: een droom en een engel. Jozef heeft een droom en in de droom spreekt een engel. Die droom en die engel zijn zo overtuigend dat hij begrijpt wat er aan de hand is en met zekerheid weet wat God van hem vraagt. Want daar gaat het om; de engel helpt je te begrijpen wat Gods wil is, welke richting God wijst.

In onze tijd willen we graag zeker weten, we willen eerst onderzoeken en daarna iets vaststellen. Maar het leven is zo groot en omvattend dat het zich onttrekt aan onze plannen. Dat ervaart ook Jozef. Eerst moet hij ontdekken dat God met zijn verloofde Maria een bijzondere bedoeling heeft. Tegelijk moet hij ontdekken dat God ook met hemzelf een bijzondere bedoeling heeft. Zij zal moeder zijn van de Heer en hij zal vader zijn van de Heer. De Beloofde Verlosser is geen theorie meer, geen droom uit een lang vervlogen verleden, geen onvervuld verlangen, of belofte van een profeet, ook geen droom voor een verre toekomst, maar heel concreet, hier en nu. Met deze vrouw, met dit Kind en met hemzelf gaat God zijn weg door de geschiedenis.

De Bijbel staat vol mensenwoorden. Toch noemen we het Gods Woord, want door die mensenwoorden heen spreekt God. De verhalen en geschiedenissen, de woorden van de profeten en de ervaringen van Gods Volk zijn bemiddelaars, net als die dromen en net als de engelen. Er is geen boek op aarde dat niet door mensen geschreven is. Dat geldt voor de oudste geschriften van de Bijbel, het geldt voor de Veda's van het Hindoeïsme, voor de gesprekken van Confucius (ca. 500 v Chr.), voor de Soetra's van de Boeddha (ca. 450 v Chr.), Voor het Evangelie (60 na Chr.), voor de Koran (600 na Chr.) en voor alles wat daarna nog gekomen is. Bij veel van die boeken zijn verhalen ontstaan van engelen, van boodschappers, die de woorden letterlijk influisterden, die opdracht gaven om op te schrijven. Maar hoe meer je er op studeert, des te meer wordt duidelijk dat alle boeken zijn ontstaan, geschreven door één of meer schrijvers en dat heilige boeken vaak een hele geschiedenis hebben.

Of je nu heilige boeken hebt, of de natuur, of de kunst, altijd blijft er het probleem dat je het moet uitleggen, je moet de betekenis opdiepen. Om die reden schreef Johannes de Evangelist: Het Woord is Vlees geworden en het heeft onder ons gewoond. Johannes wist van de waarde van woorden, van de kracht van woorden, de helende en de vernietigende kracht. Wij Christenen zijn geen mensen van een Boek, wij zijn wel mensen van het Woord, maar dan met name van het Woord dat Vlees geworden is. Wij zijn het aan onze status verplicht het Woord te bestuderen, vooral het Evangelie. Maar meer nog zijn we aan onze status verplicht het vleesgeworden Woord na te volgen.

Het Woord is Vlees geworden. Dat mysterie begint Jozef te begrijpen in zijn droom, als de engel tot hem spreekt. Jozef begrijpt het, maar tegelijk begrijpt hij er niets van. Maar het visioen is concreet geworden, hij weet wat hij moet doen. Vader zijn in het gewone leven en vader zijn in het geloof. Beschermer zijn in het gewone leven en beschermer in het geloof.

De engelen zijn bemiddelaars van het Woord. Maar meer dan de engelen is het de heilige Geest die ons inspireert en bemoedigt. Het Woord is iets waar je een heel leven over kunt nadenken. Als het Woord Vlees wordt door de heilige Geest, dan mag je plotseling in het heel gewone zien hoe bijzonder het is. Gods aanwezigheid wordt concreet, de betekenis krijgt vorm, God wordt heel persoonlijk. Jozef mag ons helpen op weg naar Kerstmis, om God in ons eigen leven te gaan zien en te herkennen, zodat we hier en nu Gods Woord doorgeven, met de woorden die we spreken, maar vooral in de daden die we doen. Navolging van het Woord dat Vlees geworden is. Amen.